Er zijn nogal wat begrippen en waardes over verrekijkers. Welke typen zijn er? Wat betekenen al die termen. In deze verrekijker uitleg proberen we het allemaal wat duidelijker te maken. Samengesteld door onze verrekijkerexperts Jan en Maarten. Zij hebben meerdere fabrieken bezocht en zijn goed thuis in de wereld van verrekijkers, spottingscopes en andere apparatuur.

Wilt u wat praktische tips bij het aanschaffen van een verrekijker. Bekijk dan de verrekijker kooptips

Welke typen verrekijkers zijn er?

Er zijn vele typen verrekijkers. De meeste verrekijkers zijn binoculaire verrekijkers. Deze verrekijkers hebben twee gelijke optische systemen naast elkaar. Hier kun je dus met twee ogen door kijken. Daarnaast heb je monoculaire verrekijkers. Deze verrekijkers hebben één optisch systeem.

Een verrekijker bestaat normaal gesproken uit een objectief en een oculair en zijn voorzien van een stelsel van prisma's om het beeld rechtop te zetten (een astronomische telescoop zonder deze prisma's geeft een omgekeerd beeld). Een verrekijker wordt daarom ook wel prismakijker genoemd.

Binoculaire verrekijkers

De binoculaire verrekijkers kunnen verdeeld worden in twee typen; porro- en  dakkant verrekijkers. Het verschil in de beide is de plaatsing van de prisma's.

Dakkant verrekijker

Bij dakkant verrekijkers zijn de dakkantprisma's (ook wel pentaprisma's genoemd) achter elkaar geplaatst. Het licht gaat bijna in een lineare lijn door de verrekijker heen. Hierdoor kan dit type kijker compacter van formaat zijn.

Porro verrekijker

Bij een porro-kijker wordt het beeld getransporteerd via een N-vormige knik, waarbij de prisma's en het objectief en oculair niet recht tegenoverelkaar staan, vandaar dat dit type over het algemeen breder is dan de dakkantkijker. Voordeel van deze opstelling is dat verrekijkers met een porroprisma wat meer diepteperceptie bieden.

VERREKIJKERSHOP verreKIJKERS AANBOD

Monoculaire verrekijker (monokijker)

Monoculaire verrekijkers zijn kijkers waarbij u met één oog kijkt. Die worden gekozen als gewicht en omvang een grote rol spelen. Erg handig bijvoorbeeld om in uw binnenzak te stoppen, maar bijvoorbeeld ook voor slechtzienden die in de klas op het schoolbord willen kijken. Een monoculaire verrekijker is op veelal op dezelfde manier geconstrueerd als een dakkant verrekijker.

VerrekijkerShop monokijkers aanbod

Wat betekenen al die getallen over verrekijkers / spottingscopes?

Vergroting / Objectief diameter

Op een verrekijker staan altijd 2 getallen. Bijvoorbeeld de getallen 8x40 op een verrekijker houdt in dat de kijker een vergroting heeft van 8x en een objectief diameter van 40 mm, dit houdt in dat de de objecten die u bekijkt 8x dichterbij worden gehaald, en dat de objectieven (de lenzen aan de voorkant van de kijker) een diameter van 40 mm hebben. Als de diameter groter is, zal de verrekijker meer licht binnen laten, en je dus een helderder beeld hebt. De term diameter objectieven wordt ook wel aangeduid met effectieve opening van de frontlens.

Uittredepupil

Als men een verrekijker op zo'n 30cm afstand van het oog tegen het licht houdt, dan wordt een lichtcirkel in de oculairs (de naar het oog gerichte lenzen) zichtbaar. De grootte van de uittredepupil verschilt per kijker. De grootte van de lichtcirkel is te berekenen door de het objectief diameter te delen door de vergroting. Bij een 8x40 kijker is de uittredepupil dus 5 mm.

Bij jonge mensen kan de pupil van het menselijk oog zich in het donker tot zo'n 7mm openen, bij helder licht sluit de pupil zich tot zo'n 2mm. Naarmate men ouder wordt zal de soepelheid van het pupil afnemen, waardoor de pupil zich in het donker nog slechts opent tot zo'n 5mm.

Uit voorgaande blijkt dat de aanschaf van een kijker met een uittredepupil groter dan 8mm geen toegevoegde waarde oplevert; het menselijk oog kan de grotere lichtvlek immers niet benutten.

De vorm van de uittredepupil is tevens een indicatie voor de kwaliteit van de kijker. Wanneer de uittredepupil perfect rond is duidt dit op een zeer goede kwaliteit van de lenzen. Bij een slechte kwaliteit van de lenzen is de uittredepupil niet perfect rond, maar hoekig of misvormd, wat resulteert in een verminderde lichtopbrengst en slechtere beeldkwaliteit.

Schemergetal

Het schemergetal is eigenlijk een soort maatstaf voor de prestaties van de kijker als geheel. Er geldt dan ook: hoe hoger hoe beter. Hoe hoger het schemergetal, des te beter de prestaties/details bij ongunstige lichtomstandigheden.

Bij deze berekening wordt wederom geen rekening gehouden met prestatieverhogende middelen als coatings en gebruik van speciale glassoorten. Het schemergetal wordt verkregen door de vergroting en de objectiefdiameter met elkaar te vermenigvuldigen, en vervolgens de wortel te trekken uit dit product.

Voor een 8x40 kijker geldt dus: 8x40=320. Vervolgens trekken we de wortel uit 320 = 17.9 (afgerond) Wannneer het schemergetal wordt vermenigvuldigd met 10 krijgen we het aantal meters waarbij in ongunstige omstandigheden nog details onderscheiden kunnen worden. In ons voorbeeld van de 8x40 kijker wordt dit dus 179 meter.

Lichtsterkte (geometrisch) / Relatieve helderheid

Met de lichtsterkte wordt de hoeveelheid licht die de kijker doorlaat bedoeld. De lichtsterkte wordt uitgedrukt in een getal. De lichtsterkte is het kwadraat van de uittredepupil; met andere woorden: de lichtsterkte wordt verkregen door de uittredepupil met zichzelf te vermenigvuldigen, bij een 8x40 kijker was de uittredepupil 5, dus de lichtsterkte wordt 5x5 = 25.

Inprincipe geldt: hoe hoger hoe beter, ook hier geldt echter weet dat een lichtsterkte van meer dan 49 (=7x7) geen toegevoegde waarde meer heeft. Kijkers met een hoge lichtsterkte (7x50, 8x56, 9x63) worden ook wel nachtkijkers genoemd.

Bij voorgaande berekening wordt geen rekening gehouden met prestatieverhogende aanpassingen van het glas. Door toepassing van betere glassoorten en coatings, wordt een betere lichtsterkte verkregen. De geometrische lichtsterkte zegt dus niks over de daadwerkelijke helderheid van een verrekijker.

Lichttransmissie (%)

Lichttransmissie is de enige waarde waaraan men de optische kwaliteit van een verrekijker kan beoordelen. De lichttransmissie is ook niet met een basis theoretische formule te bepalen. Bij het meten van de lichttransmissie houd men ook o.a. rekening met glaskwaliteit, coatingen, bouw van de verrekijker. Meten van de lichttransmissie gebeurt met speciale apparatuur.

Coating

Coatings voorkomen reflectie en verstrooiing van licht. Daardoor verminderd het lichtverlies en geeft het een beter contrast. Onbehandeld glas kan tot 5% aan lichttransmissie verliezen. Een verrekijker bestaat uit meerdere glaslenzen en zou met onbehandeld glas dus enorm veel licht verliezen.

Door een enkele laag anti-reflectie coating kan het verlies al met zo'n 1,5% terugbrengen. Door meerdere lagen van verschillende coatings kan het lichtverlies terug gebracht worden tot wel 0,2%. 

Een coating wordt aangebracht op het glas door de coating te verdampen. Dit gebeurt in een beschermde omgeving zodat er geen vuiligheid met de coating mee kan komen. Een beschadigde coating kan niet hersteld worden.

Oogafstand

De oogafstand zegt hoe ver het oog maximaal van de oogschelp kan zijn om nog het hele beeldveld te kunnen zien. Dit is voor brildragers belangrijk, omdat zij met bril wat verder van de oogschelp af zijn. Is het oog verder van de oogschelp af dan de maximale oogafstand, dan zie je minder.

Gezichtsveld

Het gezichtsveld is de breedte die te zien met een verrekijker op een afstand van 1000 meter. Dit heeft alles te maken met de gezichtshoek die de kijker geeft. Hoe groter de gezichtshoek, hoe groter het gezichtsveld. Het gezichtsveld is uit te rekenen door de gezichtshoek met 17.5 te vermenigvuldigen.

Een kijker met een gezichtshoek van 9.3 graden heeft dus een gezichtsveld op 1000m van 9.3x17.5 = 162.7

Schijnbare beeldhoek

De schijnbare beeldhoek is de grootte van de cirkel die je door de kijker kijkend voor je ziet. Door de gezichtshoek te vermenigvuldigen met de vergrotingsfactor wordt de schijnbare beeldhoek verkregen. Een kijker met een vergroting van 7x en een gezichtshoek van 9.3 graden heeft dus een schijnbare beeldhoek van 65.1 graden.

Hoe groter de schijnbare beeldhoek, des te rustiger het beeld, en de des te eenvoudiger het wordt om bewegende beelden te volgen.

Schijnbare beeldhoek van 50 graden. Schijnbare beeldhoek van 70 graden.

Het glas van een verrekijker

Het is van belang dat het glas dat men gebruikt bij lenzen en prisma's van een hoge kwaliteit is. Bij de prisma's gebruikt men BK7, BaK-4 of SK-15 glas. Veelal van het merk Schott.

BK7

BK7 glas is borosilicaat kroonglas. Dit is een goedkopere glassoort, en heeft een kleinere brekingsindex. Dit wordt zichtbaar aan de buitenranden van de uittredepupil. Je ziet dan een vierkant met helder licht met daaromheen grijze vlakjes, dus lichtverlies. Overdag heb je er geen last van, maar in de schemering of bij astronomisch gebruik kan het zeker opvallen. Een oplossing kan zijn om grotere prisma’s in te zetten, maar dat leidt weer tot hogere kosten en een grotere behuizing. 

BaK-4

BaK-4, wat staat voor Baritleichkron, is in principe beter dan BK7. Het heeft een hogere brekingsindex, maar geeft wel iets meer kleurfouten. Het objectief zou hierop aangepast kunnen worden, maar dat gebeurd alleen bij de echt duurdere typen.

Houd je de verrekijker op zo'n 30cm van je ogen, en kijk je door de verrekijker, dan kun je de uittredepupil zien, en zou je het verschil tussen BK7 en BaK-4 kunnen zien.

Belangrijk is dat je tegenwoordig steeds vaker goedkopere verrekijkers (bijna allemaal uit China of met Chinese optiek) ziet, die geen origineel BaK-4 glas gebruiken, maar een eigen imitatie. Deze is zeker van mindere kwaliteit dan de originele van Schott. In de praktijk is BaK-4 met Chinees glas meer een marketing toepassing.

SK15

SK15 prisma's zijn van hele hoge kwaliteit en voorkomen het ongewenste interne reflecteren en geven daardoor een heel helder beeld, met het beste contrast.

 

  

Wat is een spottingscope?

Ga hiervoor naar de spotting scope uitleg